|
Mulltidiciplinaire
oefening Aquarius
Inleiding
:
In
1997 is het convenant tot regeling van de incidentenbestrijding voor de grote
vaarwegen in het benedenrivierengebied opgesteld. Het convenant legt de nadruk
op een gecoördineerde aanpak van de bestrijding van een incident door de
daarbij betrokken diensten en organisaties. Op verzoek van betrokken
burgemeesters is rijkswaterstaat gevraagd een oefening te organiseren waarin de
werking van het convenant getoetst kan worden. Het Nibra (nederlands instituut
voor brandweer en rampenbestrijding) heeft deze oefening ontwikkeld.
Oefendoel
:
Tijdens
de operationele oefening zijn de volgende doelstellingen van toepassing :
-
Toetsing
van de haalbaarheid, de werking en de uitvoering van het convenant
"incidentenbestrijding voor de grote vaarwegen in het
Benedenriviergebied";
-
Toetsing
van de opstart en de uitvoering van de hulpverlening gedurende het 1e uur
conform de per 1 juni 2002 geldende GRIP-procedure;
-
Toetsing
van de coördinatie en de afstemming tussen de onderscheiden meldkamers van
de respectievelijke hulpverleningsdiensten, de RVC alsmede het te vormen
CoPI.
Het
scenario :
Op
zaterdag 2 november 2002, omstreeks 9.50 uur, komen op rivier de Lek aan de
zuidzijde en ter hoogte van de lichtopstand bij het kilometerraaibord 989 het
passagiersschip de Princehof en het motortankschip VOPAK door nog onbekende
oorzaak met elkaar in aanvaring. Door deze kop-kop aanvaring vallen er een
onbekend aantal gewonden onder de opvarende van de Princehof. Vermoedelijk zijn
enkele aan het dek verblijvende passagiers over boord geslagen. Na de aanvaring
gaat de Princehof aan de westzijde van rivier de Noord, ter hoogte van de werf
IHC voor anker. Het motortankschip van VOPAK gaat ter hoogte van kmp 988.7 aan
de noordzijde vlak onder de wal voor anker.
Aan
boord van de Princehof bevinden zich ongeveer 35 passagiers en bemanningsleden.
Er zijn ongeveer 15 gewonden. Bij een eerste inspectie is gebeleken dat het
schip (de Princehof), vermoedelijk alleen boven de waterlijn, is lekgeslagen.
Uit het lek stroomt brandstof die waarschijnlijk afkomstig is uit een
lekgeslagen tank. Rond het schip vormt zich, op de Noord een groter wordende
olievlek. De vlek dreigt door de stroming in de Lek te komen. Het van boord
halen van de gewonden en de overige passagiers lijkt noodzakelijk.
Het
motortankschip VOPAK, dat geladen is met paraxyleen, is niet noemenswaardig
beschadigd. In de boegschroefruimte is een begin van brand geconstateerd. Gezien
de samenstelling van de lading en het begin van brand bestaat er indien de stof
vrijkomt een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid en het milieu. Gezien de
lading bericht de kapitein van de VOPAK tanker aan de RVC dat uit voorzorg de
benodigde veilige afstand in acht genomen dient te worden.
De
RVC en Regionale meldkamer ZHZ worden door beide schippers direct na het voorval
op de hoogte gesteld van de aanvaring. Vrijwel gelijktijdig komen bij de
112-Centrale meldingen binnen betreffende het voorval. Naast de melding van de
aanvaring komen bij de 112-centrale ook berichten binnen dat in de omgeving van
de opstapplaats NO6 enkele vaten in het water drijven die vermoedelijk afkomstig
zijn van één van de bij de aanvaring betrokken schepen.
Na
enige tijd wordt tijdens de hulpverlening aan de passagiers van de Princehof
wordt benedendeks brand geconstateerd aan boord van het schip.
Toevoegingen
:
-
Bij
de alarmcentrale komen "echte" 112-meldingen binnen (de melding
word wel voorafgegaan door een mededeling dat het oefening aquarius betreft)
van zowel de schippers als van passanten bewoners enz. enz.
-
Vanuitgaande
een opschaling naar GRIP-2, GRIP-1 Situatie word operationeel uitgevoerd,
GRIP-2 situatie word gesimuleerd vanuit een response cel.



















|